Naast totaal cholesterol, LDL en HDL kunnen onder andere triglyceriden, ApoA-I, ApoB en Lp(a) en homocysteïne ons extra informatie geven over verschillende aspecten van het cardiovasculaire risico. Elke parameter vertelt namelijk een ander stukje van het verhaal. Sommige waarden zeggen iets over de hoeveelheid cholesterol die wordt vervoerd. Andere geven ons informatie over het aantal lipoproteïnedeeltjes, over erfelijke risicofactoren of over processen die met onze stofwisseling samenhangen. En net daar wordt het interessant.
Want twee mensen kunnen bijvoorbeeld een vergelijkbaar totaal cholesterol hebben, maar toch een heel verschillend cardiovasculair risicoprofiel. In deze blog nemen we je mee door deze verschillende parameters: LDL-cholesterol – HDL-cholesterol – triglyceriden – ApoA-I – ApoB – Lp(a) – homocysteïne
We leggen uit
wat ze precies betekenen, waarom ze belangrijk zijn, welke waarden we kunnen
beïnvloeden en wat voeding, leefstijl en gerichte suppletie hierin kunnen
betekenen. Want als we
onze cardiovasculaire gezondheid écht willen begrijpen, is het soms de moeite
waard om verder te kijken dan één getal op het bloedonderzoek.
Eerst even terug naar cholesterol
Cholesterol is geen “slecht” stofje. Ons lichaam heeft cholesterol nodig voor onder andere celmembranen, hormonen en de aanmaak van galzuren. Cholesterol kan echter niet zomaar oplossen in het bloed. Het wordt daarom verpakt in zogenaamde lipoproteïnen: kleine transportdeeltjes die cholesterol en andere vetten door het lichaam vervoeren. En daar wordt het interessant. Het is dus niet alleen belangrijk hoeveel cholesterol er in het bloed aanwezig is, maar ook in welke deeltjes het zit en hoeveel van die deeltjes er zijn.
Dat verklaart waarom twee mensen met hetzelfde totaal cholesterol toch een verschillend cardiovasculair risicoprofiel kunnen hebben.
1. LDL-cholesterol: het bekende “slechte” cholesterol
LDL staat voor low-density lipoprotein. LDL-deeltjes vervoeren cholesterol vanuit de lever naar verschillende weefsels. Wanneer er gedurende langere tijd te veel atherogene lipoproteïnen in het bloed aanwezig zijn, kunnen deze deeltjes in de vaatwand terechtkomen en bijdragen aan het ontstaan en de groei van atherosclerose, oftewel aderverkalking.
LDL-cholesterol (LDL-C) is daarom een belangrijke cardiovasculaire parameter én een belangrijk behandeldoel. Grote studies met LDL-verlagende behandelingen laten zien dat dit samenhangt met een lager risico op hart- en vaatziekten (1,2).
Kunnen we LDL beïnvloeden?
Levensstijl kan LDL beïnvloeden. Een voedingspatroon rijk aan groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en onverzadigde vetten (Omega-3) en met minder verzadigde vetten kan bijdragen aan een gunstiger lipidenprofiel. Ook gewichtsverlies en regelmatige lichaamsbeweging kunnen helpen. [3,4]
Daarnaast bestaan er verschillende voedingsstoffen die LDL kunnen verlagen. Oplosbare vezels zijn daar een mooi voorbeeld van. Een grote meta-analyse van 181 gerandomiseerde studies vond dat extra oplosbare vezels LDL, totaal cholesterol, triglyceriden en ApoB konden verlagen. [5]. Hier kunnen psylliumvezels voor ingezet worden. Ook plantensterolen en -stanolen kunnen LDL verlagen. In een meta-analyse van 124 studies zorgden hoeveelheden van ongeveer 0,6–3,3 gram per dag gemiddeld voor een LDL-daling van ongeveer 6–12%. [6]
2. HDL-cholesterol: “goede cholesterol”… maar het verhaal is genuanceerder
HDL staat voor high-density lipoprotein. HDL speelt een belangrijke rol bij het transport van cholesterol vanuit weefsels terug richting de lever. Daarom wordt HDL-cholesterol vaak het “goede cholesterol” genoemd.
Mensen met hogere HDL-C-waarden hebben gemiddeld een lager cardiovasculair risico. Een lage HDL-waarde zien we vaker bij mensen met metabole problemen, overgewicht, insulineresistentie en verhoogde triglyceriden. Ook levensstijl speelt een belangrijke rol. Regelmatige beweging, een gezond lichaamsgewicht, niet roken en evenwichtige voeding kunnen bijdragen aan een gunstiger HDL-profiel.
3. ApoA-I: het belangrijkste eiwit van HDL
ApoA-I of apolipoproteïne A-I is het belangrijkste structurele eiwit van HDL. Je kunt het eenvoudig zien als een belangrijk onderdeel van het HDL-deeltje. Hogere ApoA-I-waarden zijn in studies geassocieerd met een lager cardiovasculair risico. In dezelfde grote meta-analyse waarin naar HDL werd gekeken, was een hogere ApoA-I-waarde geassocieerd met een lager risico op risico op hart- en vaatziekten. Interessant was dat een stijging van ApoA-I tijdens behandeling wél geassocieerd was met een lager risico, terwijl dit voor HDL-C niet zo was. [7] Dat maakt ApoA-I wetenschappelijk interessant. Maar ook hier geldt: een hogere ApoA-I-waarde is een gunstige marker, maar we kunnen niet zomaar zeggen dat het verhogen van ApoA-I op zichzelf hart- en vaatziekten voorkomt.
Een gezonde levensstijl
blijft belangrijk. Beweging en een gezonde voeding kunnen het lipidenprofiel en
bepaalde eigenschappen van HDL gunstig beïnvloeden. Een recente meta-analyse
van gerandomiseerde studies naar beweging vond onder andere gunstige
veranderingen in ApoA-I. [8]
4. ApoB: hoeveel atherogene deeltjes zijn er?
En nu komen we bij een parameter die steeds meer aandacht krijgt: ApoB. ApoB staat voor apolipoproteïne B. LDL-C vertelt ons hoeveel cholesterol er in LDL-deeltjes zit. ApoB vertelt ons meer over het aantal atherogene lipoproteïnedeeltjes. Een eenvoudige vergelijking:
Stel dat onze bloedbaan een snelweg is. LDL, VLDL en andere ApoB-dragende deeltjes zijn de vrachtwagens. LDL-C vertelt ons vooral hoeveel cholesterol er in die vrachtwagens zit. ApoB geeft ons een idee van hoeveel vrachtwagens er rondrijden. Dat is interessant omdat twee mensen hetzelfde LDL-C kunnen hebben, maar een verschillend aantal atherogene deeltjes.
Een grote
meta-analyse van 12 epidemiologische studies met meer dan 233.000 deelnemers
vond dat ApoB in die analyses een sterkere marker voor cardiovasculair risico
was dan LDL-C en non-HDL-cholesterol. [13] Ook andere analyses van
gerandomiseerde statinestudies laten zien dat zowel LDL-C, non-HDL-C als ApoB
sterk samenhangen met hart- en vaatziektes. [14] ApoB is dus
geen “vervanger” van LDL-C voor iedereen, maar kan extra informatie geven
wanneer het klassieke lipidenprofiel het volledige plaatje niet duidelijk
maakt.
Kunnen we
ApoB verlagen?
Ja. Wat ApoB bevat, wordt grotendeels beïnvloed door dezelfde factoren die atherogene lipoproteïnen beïnvloeden: voeding, lichaamsgewicht en beweging. Een meta-analyse van 29 gerandomiseerde studies met meer dan 330.000 deelnemers vond dat een daling van ApoB met 10 mg/dL geassocieerd was met een lager risico op hart- en vaatziekten. [15] Ook oplosbare vezels en plantensterolen kunnen ApoB enigszins verlagen. [5,6]

Schematische weergave van de invloed van triglyceriden (TG), lipoproteïne(a) [Lp(a)], remnant cholesterol (RC) en HDL op het risico op atherosclerotische hart- en vaatziekten. De figuur toont hoe verschillende bloedvetten en lipoproteïnen bijdragen aan het risico op hart- en vaatziekten. Bron: Shi et al. (2025), European Journal of Medical Research.
5. Triglyceriden: meer dan alleen “vetten in het bloed”
Triglyceriden zijn een andere vorm van vet die we in een standaard bloedonderzoek kunnen meten. Een deel van de triglyceriden komt uit onze voeding, maar ons lichaam kan ze ook zelf produceren, onder andere uit overtollige energie en koolhydraten.
Wanneer we regelmatig meer suikers en koolhydraten eten dan ons lichaam nodig heeft, kan de lever een deel van die overtollige energie omzetten in triglyceriden. Die worden vervolgens via het bloed vervoerd. Vooral bij een hoge suikerinname, in combinatie met weinig beweging of overgewicht, kan dit leiden tot verhoogde triglyceridenwaarden.
Een verhoogde triglyceridenwaarde zien we vaak in combinatie met:
- overgewicht, vooral rond de buik
- insulineresistentie
- diabetes type 2
- veel alcoholgebruik
- een voedingspatroon rijk aan geraffineerde koolhydraten en toegevoegde suikers
- bepaalde genetische factoren
Maar triglyceriden zijn meer dan een “bijproduct”. Hoge triglyceriden weerspiegelen vaak een grotere hoeveelheid triglyceride-rijke lipoproteïnen en hun restdeeltjes (remnants). Deze deeltjes kunnen eveneens bijdragen aan atherosclerose. [9,10]
Onderzoek toont
dan ook een verband tussen hogere triglyceriden en een hoger cardiovasculair
risico, zelfs bij mensen bij wie het LDL-cholesterol goed onder controle is.
[9]
Kunnen we triglyceriden beïnvloeden?
Hier kan levensstijl een groot verschil maken. Gewichtsverlies, meer beweging, minder alcohol en een voedingspatroon met minder toegevoegde suikers en geraffineerde koolhydraten kunnen triglyceriden verlagen.
Een grote
meta-analyse van 73 gerandomiseerde studies bij mensen met overgewicht of
obesitas vond dat leefstijlinterventies bij gewichtsverlies gepaard gingen met
lagere triglyceriden, lagere LDL en hogere HDL. Per kilogram gewichtsverlies
daalden triglyceriden gemiddeld met ongeveer 4 mg/dL. [11] Ook omega-3-vetzuren
kunnen triglyceriden aanzienlijk verlagen. In REDUCE-IT
leidde 4 gram per dag van het specifieke EPA-preparaat bij geselecteerde
hoog risicopatiënten tot een duidelijke vermindering van hart- en vaatziektes. [12]
6. Lp(a): de vergeten genetische risicofactor
Dan komen we bij een parameter die we in veel standaard bloedonderzoeken niet terugvinden:
Lp(a), oftewel lipoproteïne(a). Lp(a) lijkt gedeeltelijk op LDL, maar bevat een extra eiwit: apolipoproteïne(a). De hoeveelheid Lp(a) wordt voor een groot deel genetisch bepaald. Dat maakt Lp(a) bijzonder. Iemand kan dus een gezonde levensstijl hebben, een normaal LDL hebben en toch een verhoogde Lp(a). Een verhoogde Lp(a) wordt beschouwd als een onafhankelijke en waarschijnlijk causale risicofactor voor atherosclerotische hart- en vaatziekten. [16,17]
Daarom kan het interessant zijn om Lp(a) minstens één keer in het volwassen leven te laten bepalen, vooral wanneer er sprake is van vroegtijdige hart- en vaatziekten in de familie of wanneer het cardiovasculaire risico niet helemaal verklaard wordt door de klassieke risicofactoren.
Kunnen we Lp(a) verlagen met levenstijl?
Hier wordt het verhaal ingewikkelder. In tegenstelling tot LDL, HDL en Triglyceriden is Lp(a) veel minder gevoelig voor klassieke levensstijlinterventies. Genetische factoren spelen een zeer grote rol. [17,18] Een gezonde levensstijl blijft uiteraard enorm belangrijk, maar vooral omdat we daarmee andere beïnvloedbare risicofactoren kunnen optimaliseren. Bij iemand met een hoge Lp(a) kan het bijvoorbeeld extra belangrijk zijn om LDL/ApoB, bloeddruk, glucose, gewicht, roken en andere risicofactoren goed aan te pakken.
Bepaalde
geneesmiddelen, zoals PCSK9-remmers, kunnen Lp(a) gedeeltelijk verlagen, maar
deze geneesmiddelen worden niet uitsluitend voorgeschreven om Lp(a) te
verlagen. [19] Voor Lp(a) is het dus vooral belangrijk om het totale
cardiovasculaire risico goed te beoordelen.
7. Homocysteïne: een interessante marker die extra informatie geeft
Homocysteïne is een aminozuur dat ontstaat tijdens de stofwisseling van methionine. Voor de normale verwerking van homocysteïne zijn onder andere vitamine B12, folaat (B9) en vitamine B6 belangrijk.

De homocysteïnecyclus. Homocysteïne ontstaat bij de verwerking van het aminozuur methionine en wordt normaal opnieuw omgezet in methionine of verder afgebroken tot cysteïne. Hierbij spelen folaat (vitamine B9), vitamine B12 en vitamine B6 een belangrijke rol. Tekorten aan deze vitamines, genetische factoren of een verminderde nierfunctie kunnen bijdragen aan verhoogde homocysteïnewaarden. Een verhoogde homocysteïnespiegel wordt in verband gebracht met een hoger cardiovasculair risico.
Een verhoogde homocysteïnewaarde is interessant omdat onderzoek laat zien dat hogere waarden samenhangen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en beroerte. In verschillende meta-analyses zien we een duidelijke relatie tussen hogere homocysteïne en cardiovasculaire sterfte en het risico op een ischemische beroerte. [36,37]. Maar homocysteïne vertelt ons nog iets anders. Een verhoogde waarde kan namelijk een aanwijzing zijn dat de stofwisseling van B12, folaat of B6 niet optimaal verloopt. Vooral bij vitamine B12- of folaattekort (foliumzuur in de volksmond) kan homocysteïne stijgen. [38,39]
Daarom kan het bepalen van homocysteïne in bepaalde situaties een waardevolle extra aanwijzing geven. Het kan bijvoorbeeld interessant zijn wanneer er twijfel bestaat over de vitamine-B-status of wanneer een B12-waarde op zichzelf niet het volledige beeld geeft. Voor het verder uitzoeken van een mogelijk B12-tekort kan ook methylmalonzuur (MMA) worden bepaald; deze marker is specifieker voor B12. [40]
Een verhoogde
homocysteïne betekent overigens niet automatisch dat er sprake is van een
vitaminetekort. Ook onder andere nierfunctie, schildklierfunctie, leeftijd en
genetische factoren kunnen de waarde beïnvloeden. Daarom is het belangrijk om
een verhoogde waarde altijd in de juiste context te bekijken. [41]
En wat kunnen we nu zelf doen?
Het goede nieuws is dat een groot deel van onze cardiovasculaire gezondheid wél beïnvloedbaar is.
1. Beweeg regelmatig
Beweging heeft positieve effecten op onder andere bloeddruk, triglyceriden, lichaamsgewicht en verschillende lipoproteïnen. [3,8]
2. Kies vaker voor een voedingspatroon rijk aan plantaardige voeding
Groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en onverzadigde vetten passen binnen een voedingspatroon dat gunstig kan zijn voor het cardiovasculaire risico.
3. Zorg voor voldoende oplosbare vezels
Oplosbare vezels kunnen LDL en ApoB verlagen. [5] Denk bijvoorbeeld aan haver, gerst, peulvruchten, fruit en bepaalde vezelsupplementen zoals psyllium.
4. Plantensterolen kunnen een extra hulpmiddel zijn
Bij mensen die hun LDL verder willen verlagen kunnen plantensterolen of -stanolen een bescheiden aanvullende daling geven. [6]
5. Werk aan een gezond lichaamsgewicht wanneer dat relevant is
Gewichtsverlies kan triglyceriden en LDL verbeteren en HDL verhogen. [11]
6. Ook supplementen kunnen een rol spelen
Naast voeding,
beweging en andere leefstijlfactoren kunnen bepaalde supplementen helpen om
cardiovasculaire parameters verder te optimaliseren. Zo kunnen
psylliumvezels het LDL-cholesterol en ApoB verlagen, kunnen plantensterolen het
LDL verder doen dalen en kunnen bepaalde vormen en doseringen van
omega-3-vetzuren een duidelijke invloed hebben op triglyceriden. [5,6,22] Ook
rode gist rijst heeft in studies een duidelijk cholesterolverlagend effect
laten zien. [27]
Dus… moeten
we allemaal al deze bloedwaarden laten bepalen?
Nee.
Cardiovasculaire
preventie is geen boodschappenlijstje met bloedtesten. De juiste parameters
hangen af van iemands leeftijd, familiale voorgeschiedenis, bloeddruk,
rookstatus, diabetesrisico, lichaamsgewicht, eerdere cardiovasculaire
problemen, medicatie en het volledige risicoprofiel. Maar er is wél
een belangrijke boodschap:
Kijk verder
dan alleen totaal cholesterol.
Een standaard lipidenprofiel kan al veel informatie geven. Maar in bepaalde situaties kunnen LDL-C, HDL-C, triglyceriden, ApoA-I, ApoB, Lp(a) en soms homocysteïne extra informatie geven. En vooral Lp(a) is interessant omdat deze waarde voor een groot deel genetisch bepaald is en vaak niet in een standaard bloedonderzoek wordt meegenomen.
Wetenschappelijke bronnen
1. Baigent C, et al. Efficacy and safety of more intensive lowering of LDL cholesterol: a meta-analysis of data from 170,000 participants in 26 randomised trials. Lancet. 2010.
2. Boekholdt SM, et al. Very low levels of atherogenic lipoproteins and the risk for cardiovascular events: a meta-analysis of statin trials. J Am Coll Cardiol. 2014.
3. O'Donovan G, et al. Effect of lifestyle interventions on cardiovascular risk factors among adults. 2017.
4. Kelley GA, et al. Efficacy of aerobic exercise and a prudent diet for improving selected lipids and lipoproteins in adults. 2011.
5. Soluble fiber supplementation and serum lipid profile: systematic review and dose-response meta-analysis of randomized controlled trials. 2023.
6. Demonty I, et al. LDL-cholesterol-lowering effect of plant sterols and stanols across different dose ranges. 2014.
7. Boekholdt SM, et al. Levels and changes of HDL cholesterol and apolipoprotein A-I in relation to risk of cardiovascular events among statin-treated patients. 2013.
8. Effect of Exercise Training on Apolipoproteins: Meta-analysis and Trial Sequence Analysis. 2025.
9. Triglyceride-Rich Lipoproteins and Atherosclerotic Cardiovascular Disease: New Insights From Epidemiology, Genetics, and Biology. 2016.
10. Jia YP, et al. Triglyceride-rich lipoproteins cholesterol, 10-years atherosclerotic cardiovascular disease risk, and risk of myocardial infarction and ischemic stroke. 2024.
11. Ma C, et al. Weight Loss and Serum Lipids in Overweight and Obese Adults: A Systematic Review and Meta-Analysis. 2020.
12. Bhatt DL, et al. Reduction in Cardiovascular Events With Icosapent Ethyl for Hypertriglyceridemia. REDUCE-IT. 2019.
13. Sniderman AD, et al. A meta-analysis of low-density lipoprotein cholesterol, non-high-density lipoprotein cholesterol, and apolipoprotein B as markers of cardiovascular risk. 2011.
14. Boekholdt SM, et al. Association of LDL cholesterol, non-HDL cholesterol, and apolipoprotein B levels with risk of cardiovascular events among patients treated with statins. JAMA. 2012.
15. Association of lowering apolipoprotein B with cardiovascular outcomes across various lipid-lowering therapies. 2019.
16. O'Donoghue ML, et al. Lipoprotein(a), PCSK9 Inhibition, and Cardiovascular Risk. Circulation. 2019.
17. Non-genetic influences on lipoprotein(a) concentrations. 2022.
18. Lifestyle and Lipoprotein(a) Levels: Does a Specific Counseling Make Sense? 2024.
19. O'Donoghue ML, et al. Lipoprotein(a), PCSK9 Inhibition, and Cardiovascular Risk. FOURIER.
20. Clarke R, et al. Effects of lowering homocysteine levels with B vitamins on cardiovascular disease, cancer, and cause-specific mortality. 2010.
21. Marti-Carvajal AJ, et al. Homocysteine-lowering interventions for preventing cardiovascular events. Cochrane Review.
22. Jovanovski E, et al. Effect of psyllium (Plantago ovata) fiber on LDL cholesterol and alternative lipid targets, non-HDL cholesterol and apolipoprotein B: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. 2018.
27. Rahmani P, et al. Impact of red yeast rice supplementation on lipid profile: a systematic review and meta-analysis of randomized-controlled trials. 2023.
37. Association of Homocysteine Level With Risk of Stroke: A Dose-Response Meta-Analysis of Prospective Cohort Studies. 2020.
38. Vitamin B12-Related Biomarkers. 2024.
39. The Use of Homocysteine and Other Metabolites in the Specific Diagnosis of Vitamin B-12 Deficiency. 1996.
40. Guidelines for the Diagnosis and Treatment of Cobalamin and Folate Disorders. 2014.
41. Impact of Renal Function or Folate Status on Altered Plasma Homocysteine Levels in Hypothyroidism. 2006.
Cardiovasculaire gezondheid: meer dan alleen totaal cholesterol